ECLI:NL:CBB:2024:733
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering subsidie vaste lasten financiering COVID-19 afgewezen
De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarbij de subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) werd vastgesteld op €8.826,- en een voorschot van €1.831,40 werd teruggevorderd.
De minister had het bezwaar van de ondernemer ongegrond verklaard. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft zonder zitting uitspraak gedaan, omdat het dossier voldoende informatie bevatte. De ondernemer stelde dat de omzet die de Belastingdienst hanteerde onjuist was vastgesteld en dat de minister formeel onjuist had gehandeld in de bezwaarprocedure.
Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de minister bij ondernemers die omzetbelasting over hun gehele omzet betalen, terecht de omzetgegevens van de Belastingdienst gebruikt voor de berekening van het omzetverlies en de subsidie. In deze zaak was vastgesteld dat de ondernemer aangifte deed over zijn gehele omzet en dat de door de minister gebruikte omzet overeenkwam met de door de ondernemer opgegeven omzet in de aanvraag.
De formele bezwaren van de ondernemer werden niet onderbouwd. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer tegen de terugvordering van de TVL-subsidie is ongegrond verklaard.