ECLI:NL:CBB:2024:717
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19 wegens termijnoverschrijding
De ondernemer diende op 2 mei 2023 een bezwaarschrift in tegen het besluit van de minister van Economische Zaken van 8 februari 2023, waarin de eerder verleende subsidie voor het eerste kwartaal van 2022 op nihil werd vastgesteld. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De ondernemer voerde persoonlijke omstandigheden aan, waaronder een depressie en problemen met zijn accountant, als reden voor de vertraging.
Het College oordeelde dat het besluit op juiste wijze digitaal bekend was gemaakt en dat de uiterste datum voor bezwaar 2 maart 2023 was. De termijnoverschrijding was dus evident. Hoewel de ondernemer een moeilijke periode had, was niet gebleken dat hij ten tijde van het besluit en de bezwaarperiode niet tijdig kennis kon nemen van het besluit.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de minister niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 15 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.