ECLI:NL:CBB:2024:644
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt afwijzing handhaving tegen kalverhouder op houten roostervloeren
Stichting Dierenrecht verzocht de minister om handhavend op te treden tegen V.O.F. [naam 1] vanwege het houden van kalveren op houten roostervloeren, wat volgens Dierenrecht in strijd zou zijn met het Besluit houders van dieren (Bhd). Na inspectie door toezichthouders en een rapport van bevindingen wees de minister het verzoek af, waarna Dierenrecht bezwaar maakte en beroep instelde.
Het College overwoog dat hoewel wetenschappelijke rapporten en verklaringen wijzen op mogelijke welzijnsrisico's van houten roostervloeren, deze vloeren niet per definitie verboden zijn volgens het Bhd. Het rapport van bevindingen van de toezichthouders, die ter plaatse constateerden dat de vloeren niet glad waren en de kalveren geen zichtbare hinder ondervonden, mocht door de minister worden gevolgd. Dierenrecht had onvoldoende concrete aanwijzingen om aan deze bevindingen te twijfelen.
Het College concludeerde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat er geen overtreding was en daarom niet bevoegd was om handhavend op te treden. Het beroep van Dierenrecht werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Dierenrecht wordt ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek tegen V.O.F. [naam 1] terecht afgewezen.