ECLI:NL:CBB:2024:643
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt afwijzing handhavingsverzoek tegen kalverhouder met betonnen roostervloeren
Stichting Dierenrecht verzocht de minister om handhavend op te treden tegen een kalverhouder die kalveren hield op betonnen roostervloeren, stellende dat dit in strijd was met het Besluit houders van dieren (Bhd) vanwege de schadelijkheid van deze vloeren. De minister wees het verzoek af op basis van een inspectierapport waarin geen overtredingen werden vastgesteld.
Dierenrecht stelde dat betonnen roostervloeren per definitie schadelijk zijn en verwees naar diverse wetenschappelijke rapporten en een deskundigenverklaring. Het College oordeelde echter dat deze rapporten niet voldoende bewijs leveren dat betonnen roostervloeren zonder meer in strijd zijn met het Bhd. Het handhavingsverzoek moet gebaseerd zijn op concrete feiten en omstandigheden, die via inspectie zijn onderzocht.
Het rapport van de toezichthouders, opgemaakt onder ambtsbelofte, toonde geen overtredingen aan. Dierenrecht kon geen concrete aanwijzingen geven die het rapport substantieel betwijfelen. Het College concludeerde dat de minister terecht geen handhavend optreden kon inzetten. Het beroep van Dierenrecht werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Dierenrecht is ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek terecht afgewezen.