ECLI:NL:CBB:2024:583
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De onderneming diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022, maar deed dit na de uiterste indieningstermijn van 31 maart 2022 17:00 uur. De minister wees de aanvraag af op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend. De onderneming voerde aan dat de termijnoverschrijding niet aan haar kon worden toegerekend vanwege ziekte van de controller en onvoldoende communicatie over de gewijzigde termijn.
Het College overwoog dat de regeling een dwingende afwijzingsgrond bevat voor te late indiening en dat noch de Algemene wet bestuursrecht noch de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies een afwijking toestaan. Het College achtte het beleid van de minister, dat in lijn is met het evenredigheidsbeginsel, passend en vond geen reden om in deze zaak maatwerk toe te passen.
De onderneming droeg onvoldoende feiten aan om het vasthouden aan de termijn als onevenredig te bestempelen. De verantwoordelijkheid voor tijdige indiening lag bij de onderneming, die een kleine financiële afdeling heeft. Het College wees ook het argument af dat de minister verplicht was de onderneming persoonlijk te informeren over de termijnwijziging.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van de aanvraagtermijnen bij subsidies en beperkt de ruimte voor uitzonderingen bij overschrijding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt terecht afgewezen wegens te late indiening.