ECLI:NL:CBB:2024:581
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten financiering COVID-19
De onderneming verzocht om herziening van een eerder afgewezen subsidieaanvraag op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. De minister wees het verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De onderneming betoogde dat de minister onredelijk handelde door het herzieningsverzoek niet in te willigen, mede omdat een eerdere uitspraak van het College had vastgesteld dat de inschrijfdatum in het handelsregister niet altijd gelijk is aan de startdatum van de bedrijfsactiviteiten. Ook stelde zij dat de minister in vergelijkbare gevallen wel besluiten had herzien, waardoor sprake zou zijn van strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat een uitspraak van een rechterlijke instantie geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De minister heeft het verzoek terecht afgewezen omdat de onderneming geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. Tevens ontbraken bijzondere feiten die een weigering tot herziening evident onredelijk zouden maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.