ECLI:NL:CBB:2024:496
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- T. Pavićević
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing extra betaling jonge landbouwers wegens ontbreken schriftelijke maatschapsakte met blokkerende zeggenschap
De maatschap exploiteert een melkveebedrijf en vroeg voor de jaren 2020 en 2021 de extra betaling jonge landbouwers aan voor een van haar maten. De minister wees deze aanvragen af omdat de jonge landbouwer geen partij was bij de overgelegde maatschapsakte, zoals vereist in de Beleidsregel Uitvoeringsregeling Rechtstreekse betalingen GLB. De minister kon daardoor niet controleren of aan het vereiste van blokkerende zeggenschap werd voldaan.
De maatschap voerde aan dat de toetreding van de jonge landbouwer in 2017 met terugwerkende kracht was geregeld en ondersteunde dit met een accountantsverklaring en een arbitraal vonnis. Volgens de maatschap voldeed zij daarmee materieel aan de eis van blokkerende zeggenschap. De minister hield echter vast aan de Beleidsregel die schriftelijke vastlegging met alle maten vereist.
Het College oordeelde dat de Beleidsregel geen onevenredig zware eis stelt en dat de minister terecht vasthoudt aan de schriftelijke overeenkomst. De overgelegde documenten bevatten geen controleerbare afspraken over de rechten en plichten van de maten. De maatschap had de maatschapsakte kunnen aanpassen bij toetreding van de jonge landbouwer. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen.
Daarom verklaarde het College de beroepen ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De beroepen van de maatschap tegen de afwijzing van de extra betaling jonge landbouwers zijn ongegrond verklaard.