ECLI:NL:CBB:2024:483
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep tegen afwijzing TVL-subsidie voor seizoenbedrijf ongegrond
De onderneming, een seizoenbedrijf actief in sauna, bed & breakfast en massages, diende een aanvraag in voor de TVL-subsidie over het vierde kwartaal van 2021. De minister wees deze af wegens onvoldoende omzetverlies, waarbij het derde kwartaal van 2021 als referentieperiode werd gehanteerd.
De onderneming stelde dat de regeling onrechtvaardig is voor seizoenbedrijven omdat het derde kwartaal niet representatief is voor hun omzet, wat leidt tot willekeur en ongelijkheid. De minister verwees naar eerdere jurisprudentie en de beleidsmatige keuze voor het derde kwartaal vanwege versoepelde coronamaatregelen en de uitvoerbaarheid van de regeling.
Het College oordeelde dat de regeling geschikt en noodzakelijk is om het doel te bereiken en dat de keuze voor de referentieperiode verdedigbaar is. Het belang van snelle en fraudebestendige ondersteuning weegt zwaarder dan individuele seizoenseffecten. De onderneming kon niet aantonen dat het besluit in haar geval onevenredig nadelig uitpakt.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat geen gelijke gevallen zijn waarbij subsidie werd toegekend zonder het vereiste omzetverlies. Het College verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van de TVL-subsidie wordt ongegrond verklaard.