ECLI:NL:CBB:2024:447
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt nihilstelling subsidie vaste lasten wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming, actief in verhuur van licht- en geluidmaterialen en DJ-activiteiten, en later ook bedrijfseconomische adviezen, kreeg voor Q1 en Q3 2021 de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) op nihil vastgesteld en teruggevorderd door de minister van Economische Zaken en Klimaat. De minister had de omzet van beide bedrijfsactiviteiten bij elkaar genomen om het vereiste van minimaal 30% omzetverlies te beoordelen.
De onderneming stelde dat de omzet per SBI-code en volgnummer apart moest worden beoordeeld en dat zij op basis van eerdere subsidietoekenning voor Q4 2020 mocht vertrouwen op eenzelfde beoordeling. Het College oordeelde dat de omzet van de gehele onderneming, met alle bedrijfsactiviteiten samen, moet worden meegenomen volgens de systematiek van de TVL. Hierdoor voldeed de onderneming niet aan het omzetverliesvereiste.
Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen omdat slechts eenmaal ten onrechte subsidie was verleend en er geen bijzondere omstandigheden waren die het beginsel schonden. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel slaagden niet. De beroepen werden ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van de subsidie voor Q1 en Q3 2021 is terecht.