ECLI:NL:CBB:2024:345
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Duuren
- H. van den Heuvel
- C.T. Aalbers
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt toepassing staatssteunplafond visserij- en aquacultuursector op subsidie vaste lasten COVID-19
De onderneming, actief in de verwerking en afzet van schelp- en schaaldieren, maakte bezwaar tegen de door de minister vastgestelde subsidiebedragen voor Q2 2021 en Q1 2022, omdat zij meende niet onder de visserij- en aquacultuursector te vallen en het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
Het College stelde vast dat de activiteiten van de onderneming, waaronder spoelen, ontzanden, sorteren en verpakken, vallen onder de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten conform de relevante EU-verordeningen. De minister heeft daarom terecht het staatssteunplafond toegepast, dat voor deze sector respectievelijk € 270.000 en € 345.000 bedroeg.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare ondernemingen met dezelfde SBI-code ook niet meer subsidie ontvingen dan het plafond. Het College oordeelde dat de minister niet gehouden is een eerdere fout in een andere zaak te herhalen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de ruime uitleg van de sectorindeling en de toepassing van staatssteunregels binnen de COVID-19 subsidiecontext.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht begrensd tot het staatssteunplafond voor de visserij- en aquacultuursector.