Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2024 in de zaak tussen
[naam 2], te [plaats] (de onderneming)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020 aan de onderneming ingetrokken nadat uit nadere omzetgegevens bleek dat niet aan de subsidievoorwaarden was voldaan. De onderneming stelde dat het bestreden besluit niet-ontvankelijk was vanwege overschrijding van de beslistermijn voor het bezwaar, die eindigde op 27 oktober 2021, en het ontbreken van communicatie over de voortgang.
Het College overweegt dat de termijnen in artikel 7:10 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) termijnen van orde zijn en geen fatale termijnen die tot vernietiging leiden bij overschrijding. Er is geen wettelijk voorschrift dat het besluit ongeldig maakt door overschrijding. De onderneming had de minister in gebreke kunnen stellen en beroep kunnen instellen tegen het uitblijven van een beslissing, maar heeft dit niet gedaan.
Verder heeft de onderneming geen inhoudelijke gronden tegen de intrekking en terugvordering van de subsidie aangevoerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de intrekking en terugvordering van de TVL-subsidie wordt ongegrond verklaard.