ECLI:NL:CBB:2023:747
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbepaling voor TVL-subsidie bij verkoop bedrijfsauto
De zaak betreft een beroep van een onderneming tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat om de TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 vast te stellen op nul euro en het betaalde voorschot terug te vorderen. De onderneming stelde dat de verkoopopbrengst van een bedrijfsauto niet tot de omzet mocht worden gerekend, omdat dit de omzet in het subsidieperiode kunstmatig verhoogde.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geoordeeld dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet zoals die blijkt uit de aangifte omzetbelasting. De regelgever heeft bewust gekozen voor deze methode om de uitvoerbaarheid te waarborgen en administratieve lasten te beperken. Het College heeft in eerdere uitspraken bevestigd dat dit uitgangspunt niet onrechtmatig is en dat de TVL-regeling geen ruimte biedt om hiervan af te wijken.
De verkoopopbrengst van de bedrijfsauto behoort volgens de aangifte omzetbelasting tot de omzet en het College zag geen reden om hiervan af te wijken. De onderneming kreeg daarom geen gelijk en het beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak werd mondeling gedaan op 14 december 2023 door mr. D. Brugman.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nul euro.