Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2023 in de zaken tussen
[naam 1] B.V., te [woonplaats] , appellante
de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Aanleiding voor deze procedure
Standpunt appellante
(€ 416.398,-). Deze gegevens zijn namelijk onjuist door een softwarematige fout in het boekhoudprogramma. De daadwerkelijke omzet in de referentieperiode bedroeg € 641.899,96. Appellante verwijst hiervoor naar een verklaring van [naam 4] van 2 juni 2021. Daarin is toegelicht dat appellante een deel van haar omzet behaalt via [naam 5] , die creditfacturen stuurt waarop zowel (service)kosten als omzet zijn opgenomen. In de boekhoudsoftware zijn deze creditfacturen ingeboekt bij inkoopfacturen, waardoor de btw op deze omzet als negatieve voorbelasting op de aangifte omzetbelasting terecht is gekomen. Verweerder is volgens appellante ten onrechte aan deze informatie voorbijgegaan en heeft daarom in strijd gehandeld met het motiverings-, zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel. Appellante stelt dat zij, op basis van de door haar overgelegde administratie, voor Q1 2021 recht heeft op een subsidie van € 124.999,- en voor Q2 2021 op een subsidie van
Standpunt verweerder
Beoordeling door het College
€ 837,- en een wegingsfactor 1). Ook moet verweerder het door appellante in die zaak betaalde griffierecht van € 365,- aan haar vergoeden. In de zaak 22/1653 bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.674,-;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 365,- aan appellante dient te vergoeden.
A voor de omzet in de referentieperiode, uitgedrukt in euro’s;
B voor het omzetverlies, uitgedrukt in procenten;
a. waarvan het omzetverlies ten minste 30% bedraagt;
A x B x C x 0,85.
– A voor de omzet in de referentieperiode, uitgedrukt in Euro’s;
– B voor het omzetverlies, uitgedrukt in procenten;
– C voor de ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf, zoals per sector genoemd in de derde kolom van de tabel in de bijlage, uitgedrukt in procenten;
– D voor het subsidiepercentage, dat 100% bedraagt.
a. waarvan het omzetverlies ten minste 30% bedraagt;
(…).
A x B x C x D. (…).”