ECLI:NL:CBB:2023:545
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 bij onvoldoende omzetverlies
De onderneming vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020. De minister verleende aanvankelijk een subsidie en betaalde een voorschot, maar stelde later vast dat de onderneming niet voldeed aan de eis van minimaal 30% omzetverlies op basis van de omzetbelastingaangiften. Daarom werd de subsidie vastgesteld op nihil en het voorschot teruggevorderd.
De onderneming voerde aan dat vanwege lange levertijden de omzetbelastingaangiften niet het werkelijke omzetverlies weerspiegelen en dat het terugvorderen van de subsidie tot ernstige financiële problemen zou leiden. De minister handhaafde het besluit en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat de omzetbelastingaangiften het uitgangspunt zijn voor de omzetbepaling.
Het College bevestigde dat de minister niet verplicht was om de financiële administratie te raadplegen en dat het systeem van de TVL bewust is ingericht om administratieve lasten te beperken. Het College oordeelde dat het niet voldoen aan het omzetverliescriterium terecht leidde tot een subsidie van nihil en dat de terugvordering van het voorschot passend en proportioneel was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De subsidie werd terecht vastgesteld op nihil en het voorschot terecht teruggevorderd omdat de onderneming niet voldeed aan het vereiste van 30% omzetverlies.