Artius Management heeft een TVL-subsidie aangevraagd voor het vierde kwartaal van 2020, maar deze werd door de minister afgewezen omdat het vereiste omzetverlies van ten minste 30% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 niet was aangetoond. De minister baseerde de berekening op gegevens van de Belastingdienst, waarbij de omzet werd vastgesteld op basis van de omzetbelastingaangifte.
Artius Management betoogde dat de omzetgegevens uit de jaarrekening gebruikt hadden moeten worden en dat de wijze van factureren leidde tot een verkeerde kwartaaltoewijzing van omzet. Tevens wilde zij besluiten over het eerste en tweede kwartaal van 2021 bij het beroep betrekken, maar het College verwierp dit omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt.
Het College oordeelde dat de systematiek van de regeling vereist dat de omzet wordt vastgesteld op basis van de omzetbelastingaangifte, tenzij de onderneming niet over de gehele omzet omzetbelasting betaalt, wat hier niet het geval was. De wijze van factureren en het ontbreken van een volledig boekjaar in 2019 rechtvaardigen geen afwijking van deze systematiek.
Verder werd het standpunt van Artius Management dat de minister niet duidelijk was over de omzetbasis verworpen, omdat het aanvraagformulier expliciet verwees naar de omzetbelastingaangifte. Ook het verschil tussen de suppletieaangifte en de kwartaalopgaven werd als niet relevant beoordeeld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.