ECLI:NL:CBB:2023:220
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag SVL voor startende horecaonderneming wegens niet voldoen aan inschrijvingsperiode
De vennootschap exploiteert een horecaonderneming en vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten startende MKB-ondernemingen COVID-19 (SVL) voor het eerste kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag af omdat de onderneming op 25 februari 2019 was ingeschreven in het handelsregister, terwijl de SVL-regeling vereist dat de inschrijving plaatsvond tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020.
De vennootschap voerde in beroep aan dat niet de inschrijfdatum, maar de datum van verlening van de drank- en horecavergunning of de openingsdatum van de onderneming als referentie moest gelden. Tevens stelde zij dat zij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht rekenen op subsidie vanwege toezeggingen over ruimhartige toepassing voor schrijnende gevallen.
Het College oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend, omdat het bestreden besluit pas op 21 december 2021 per e-mail bekend werd gemaakt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, omdat geen toezeggingen of gedragingen van de minister waren gebleken waaruit de vennootschap redelijkerwijs kon afleiden dat zij subsidie zou ontvangen.
Het College bevestigde dat de afbakening van de doelgroep in de SVL-regeling, zoals neergelegd in artikel 2.1.1, tweede lid, aanhef en onder c, terecht strikt wordt toegepast. De situatie van de vennootschap verschilt van eerdere uitspraken waarin afwijking van de referentieperiode mogelijk was vanwege juridische belemmeringen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap tegen de afwijzing van de SVL-subsidie wordt ongegrond verklaard.