Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 maart 2023 in de zaak tussen
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister),
Procesverloop
Overwegingen
Standpunt van de ondernemer
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De ondernemer diende op 8 december 2020 een aanvraag in voor een TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2020, waarbij onjuiste omzetgegevens werden opgegeven. De minister verleende een voorschot van €72.000,-, maar trok later de subsidie in en vorderde het voorschot terug vanwege onjuiste gegevens.
De ondernemer voerde aan slachtoffer te zijn van fraude door zijn zoon en een derde partij, en stelde dat hij niet verantwoordelijk was voor de aanvraag of de onjuiste gegevens. Hij stelde dat de minister onvoldoende controleerde en dat het digitale systeem kwetsbaar was voor fraude. De minister stelde dat de ondernemer verantwoordelijk was omdat hij zijn bankpas, pincode en inloggegevens ter beschikking had gesteld.
Het College oordeelde dat de minister bevoegd was de subsidie in te trekken op grond van artikel 4:48 Awb Pro, aangezien onjuiste gegevens waren verstrekt die tot een andere beschikking zouden hebben geleid. Het risico van fraude kwam voor rekening van de ondernemer, die zijn gegevens aan derden ter beschikking had gesteld.
Het College vond dat de intrekking en terugvordering een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel waren om het doel van de regeling te bereiken. Hoewel de ondernemer financieel werd benadeeld, was het besluit niet onevenredig omdat hij zelf de omstandigheden had gecreëerd die fraude mogelijk maakten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer is ongegrond verklaard en de minister mocht de subsidie intrekken en het voorschot terugvorderen.