De onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College waarin haar bezwaar tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.
De onderneming stelde dat zij de notificatie e-mail van het besluit niet had ontvangen of niet in de juiste mailbox, en dat zij mocht verwachten dat het besluit ook per post zou worden verzonden. Het College oordeelde echter dat de notificatie e-mail correct was verzonden naar het opgegeven e-mailadres en dat de onderneming had ingestemd met digitale communicatie. De mogelijke ontvangst in een spambox doet hier niet aan af.
Verder wees het College erop dat de bezwaartermijn van zes weken dwingend is en dat een te laat ingediend bezwaarschrift alleen ontvankelijk is bij verschoonbare omstandigheden, die hier niet zijn gebleken. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat de situatie van de onderneming verschilde van die van andere aanvragers.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard, waarmee het bezwaar niet inhoudelijk werd behandeld en de zaak werd afgesloten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.