Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2022 in de zaak tussen
[naam] B.V., te [woonplaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op 23 november 2020 heeft appellante een verzoek om vaststelling van de tegemoetkoming ingediend.
€ 1.442,- aan appellante verschuldigd is.
12 maart tot en met 11 juni. Het College stelt vast dat uit deze facturen een omzet in de referentieperiode van in totaal € 2.026,55 blijkt. Tijdens de zitting heeft appellante aangevoerd dat zij geen omzet heeft gemaakt in de subsidieperiode. Dit heeft zij echter niet met stukken onderbouwd. Het College gaat daarom uit van het bedrag dat appellante bij haar vaststellingsverzoek heeft opgegeven, te weten € 3.337.281,-. Dat betekent dat van omzetverlies geen sprake is en dat appellante in beginsel niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming.
Beslissing
€ 379,50.