ECLI:NL:CBB:2022:65
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig fosfaatrechtbesluit
Verzoeker heeft schadevergoeding gevraagd omdat zijn fosfaatrechten in 2018 onrechtmatig te laag waren vastgesteld, waardoor hij deze niet kon verkopen tegen een hogere prijs dan in 2019. Het College stelt vast dat verzoeker geen bewijs heeft geleverd van daadwerkelijke verkoop of voorgenomen verkoop in 2018, noch van de hoeveelheid fosfaatrechten die hij had willen verkopen.
Verweerder erkent de onrechtmatigheid van het herzieningsbesluit, maar betwist het bestaan van schade en het causaal verband. Het College oordeelt dat de bewijslast voor schade en causaal verband bij verzoeker ligt en dat hij niet geslaagd is in het aannemelijk maken daarvan.
Ook het verzoek om vergoeding van kosten van de gemachtigde wordt afgewezen, omdat niet is gebleken dat er tijdens de bezwaarfase professionele rechtsbijstand was. Daarnaast wordt het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn verworpen, omdat de bezwaarprocedure niet langer dan twee jaar heeft geduurd en er geen beroep is ingesteld.
Het College concludeert dat het verzoek om schadevergoeding niet kan worden toegewezen en wijst het af.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig vastgesteld fosfaatrecht wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van schade.