ECLI:NL:CBB:2022:564
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart beroep ongegrond tegen afwijzing subsidie vaste lasten COVID-19
Appellante, Coöperatieve Inkoopcombinatie Dranken Compagnie U.A., heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarin haar aanvraag voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020 werd afgewezen. Het primaire besluit wees de aanvraag af omdat het vereiste omzetverlies van minimaal 30% niet werd behaald volgens de omzetgegevens van de Belastingdienst.
Appellante stelde dat door een wijziging in de facturering van bonusafrekeningen in 2020 ten opzichte van 2019 de omzet in de referentieperiode onjuist was vastgesteld. Zij betoogde dat de omzet in 2019 gecorrigeerd moest worden met de creditnota’s uit dat jaar om een juiste vergelijking te maken, waardoor zij wel aan de voorwaarden van de TVL zou voldoen.
Het College oordeelde dat de omzet zoals aangegeven in de aangifte omzetbelasting leidend is en dat verweerder terecht geen maatwerk toepaste. De wijziging in factureringswijze vormt geen bijzondere omstandigheid die afwijking rechtvaardigt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt het belang van het hanteren van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting voor de uitvoering van de TVL-regeling, mede om uitvoerbaarheid en administratieve lasten te beperken. Er is geen aanleiding tot afwijking zonder dat de Belastingdienst de aangifte aanpast.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van de TVL-subsidie is ongegrond verklaard.