Op 16 december 2021 heeft de gemeente spoedbestuursdwang toegepast wegens overtreding van de Wet dieren, waarbij 75 katten en twee honden in beslag zijn genomen uit de woning van verzoekster. De woning was gesloten vanwege onhygiënische omstandigheden en dierenwelzijnsproblemen. Verzoekster stelde dat de binnenkomst van de districtsinspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) onrechtmatig was, maar dit werd in deze spoedprocedure niet inhoudelijk beoordeeld.
Verzoekster vroeg om voorlopige teruggaaf van de dieren of het verbod op overdracht aan derden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de juridische vragen complex zijn en niet geschikt voor een spoedprocedure, en baseerde zich op een belangenafweging. De voorzieningenrechter vond dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de circa 50 katten verantwoord kon huisvesten, mede omdat eerdere toezeggingen over opvangplaatsen niet konden worden bevestigd.
Daarom werd de teruggaaf van de katten afgewezen, mede vanwege de hoge kosten en het risico dat verzoekster die niet kan dragen. Voor de twee honden was de situatie anders; de voorzieningenrechter achtte aannemelijk dat verzoekster deze zelf kan huisvesten en droeg verweerder op deze honden binnen drie dagen terug te geven. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.