ECLI:NL:CBB:2021:99
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen individuele buitensporige last door fosfaatrechtenstelsel bij uitbreiding melkveebedrijf
Appellant exploiteerde een melkveebedrijf en had eerder een gemengd bedrijf met varkens. Door deelname aan de VIV-regeling beëindigde hij de varkenshouderij en investeerde in een uitbreiding van de melkveestal. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dierenaantallen op de peildatum 2 juli 2015 en verhoogde dit na bezwaar.
Appellant stelde dat de invoering van het fosfaatrechtenstelsel en de gevolgen daarvan niet volledig voor zijn rekening konden komen vanwege de gedwongen omschakeling en investeringen. Hij vorderde compensatie wegens een individuele en buitensporige last. Verweerder betwistte dit en wees op het ontbreken van een Nbw-vergunning en de ondernemersvrijheid bij deelname aan de VIV-regeling.
Het College oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een legale uitbreiding met de benodigde vergunningen. Ook was de keuze voor deelname aan de VIV-regeling een ondernemerskeuze zonder verplichting. De investeringen waren niet navolgbaar gelet op de afschaffing van het melkquotum en de waarschuwingen omtrent fosfaatrechten. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de economische belangen van appellant.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor compensatie of ontheffing. Er is geen individuele en buitensporige last vastgesteld. Het besluit van verweerder is daarmee in stand gebleven.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het fosfaatrecht is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een individuele en buitensporige last.