Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2021 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
Overwegingen
artikel 38 van Pro de Msw en haar als starter aan te merken. Appellante verzoekt om vergoeding van de immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM.
(ECLI:NL:CBB: 2019:291) heeft het College dit oordeel verder gemotiveerd. Daaruit volgt dat het bestreden besluit gerechtvaardigde doelen dient en in beginsel ook proportioneel is.
23 juli 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:291) onder 6.8.2).
1 februari 2014. In dat geval geldt als uitgangspunt dat de bezwaar- en beroepsfase tezamen niet langer mogen duren dan twee jaar. Voor de verdeling van de schadevergoedingsplicht geldt dat de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar mag duren. Dit behoudens factoren die onder omstandigheden aanleiding kunnen geven overschrijding van deze behandelingsduren gerechtvaardigd te achten. Verweerder heeft het bezwaarschrift op 25 maart 2019 ontvangen. Op het moment van het doen van deze uitspraak is de tweejaartermijn met afgerond zeven maanden overschreden. Van factoren die onder omstandigheden aanleiding kunnen geven overschrijding van de behandelingsduur gerechtvaardigd te achten is geen sprake. Appellante heeft daarom recht op € 1.000,- schadevergoeding.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Staat tot het betalen aan appellante van een vergoeding voor immateriële schade van € 1.000,-;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 174,- aan appellante dient te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 374,-.