Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2021 in de zaak tussen
V.O.F. [naam] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht voor haar bedrijf werd vastgesteld op basis van de Meststoffenwet. Het primaire besluit betrof de vaststelling van fosfaatrechten op grond van het aantal melk- en kalfkoeien en jongvee op de peildatum 2 juli 2015. Omdat het bedrijf niet grondgebonden is, werd een generieke korting toegepast.
Appellante voerde in haar beroep aan dat het stelsel van fosfaatrechten onvoldoende is gebaseerd op de Nitraatrichtlijn en dat het besluit ongeoorloofde staatssteun inhoudt. Tevens stelde zij dat sprake was van een motiveringsgebrek in het besluit. Verweerder stelde dat het besluit zorgvuldig was genomen en voldoende was gemotiveerd, en dat het betoog over staatssteun en de Nitraatrichtlijn faalde.
Het College verwees in haar beoordeling naar eerdere uitspraken waarin deze argumenten reeds zijn verworpen. Het College concludeerde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 januari 2021, waarbij de voorzitter en griffier verhinderd waren om de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot vaststelling van fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.