ECLI:NL:CBB:2021:7
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en bezwaar tegen vaststelling fosfaatrecht volgens Meststoffenwet
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellante beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht van haar bedrijf is vastgesteld op basis van de Meststoffenwet. Het primaire besluit dateert van 3 januari 2018 en het bezwaar is op 25 april 2019 ongegrond verklaard.
Appellante betoogde dat het fosfaatrechtenstelsel geen toereikende grondslag heeft in de Nitraatrichtlijn en dat het stelsel ongeoorloofde staatssteun oplevert. Tevens stelde zij dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. Verweerder voerde aan dat het stelsel noodzakelijk is, niet leidt tot ongeoorloofde staatssteun en dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is.
Het College verwees naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de Europese Commissie het stelsel heeft goedgekeurd als milieumaatregel zonder ongeoorloofde staatssteun. Het College concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
De uitspraak werd gedaan door mr. M.C. Stoové namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 12 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.