ECLI:NL:CBB:2021:648
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en individuele last bij nieuw gestart melkveebedrijf
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om haar fosfaatrecht vast te stellen op nul kilogram, omdat zij niet als nieuw gestart bedrijf wordt aangemerkt. Het geschil draait om de toepassing van artikel 72, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en de vraag of appellante een individuele en buitensporige last ondervindt door het fosfaatrechtenstelsel.
Het College stelt vast dat appellante niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden van de startersregeling, omdat zij niet beschikte over een voor 2 juli 2015 verleende omgevingsvergunning of melding en niet voor 1 januari 2014 was gestart met melkproductie. Ook zijn investeringen na de peildatum gedaan zonder dat er sprake was van een bedrijfseconomische noodzaak, mede gezien de afschaffing van het melkquotum en de daarmee samenhangende maatregelen.
Verder oordeelt het College dat het fosfaatrechtenstelsel geen individuele en buitensporige last oplevert voor appellante. Ondernemersrisico's verbonden aan investeringsbeslissingen behoren voor eigen rekening te komen. De bescherming van milieu en volksgezondheid en de naleving van internationale verplichtingen wegen zwaarder dan de belangen van appellante.
Ten slotte wijst het College het beroep af, maar kent het appellante een schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.