ECLI:NL:CBB:2021:610
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken individuele en buitensporige last fosfaatrechtenstelsel
Appellante exploiteert sinds 27 maart 2015 een melkveebedrijf en voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het fosfaatrecht werd vastgesteld. Zij stelde dat sprake is van een individuele en buitensporige last, mede vanwege tragische familieomstandigheden en investeringen in de uitbreiding van het bedrijf.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel het recht op eigendom niet aantast, maar regulering in het algemeen belang betreft. Appellante beschikte op de peildatum van 2 juli 2015 niet over alle benodigde vergunningen voor de uitbreiding, en haar investeringsbeslissingen in 2014 en 2015 waren niet navolgbaar, vooral gezien de afschaffing van het melkquotum en de voorziene maatregelen.
Hoewel het College aannam dat appellante financieel geraakt wordt, is dit onvoldoende voor een individuele en buitensporige last. Ondernemers dragen de risico’s van hun beslissingen. De tragische familieomstandigheden en de toepassing van de hardheidsclausule in een eerdere uitspraak maken geen verschil in deze beoordeling.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft van kracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een individuele en buitensporige last door het fosfaatrechtenstelsel.