ECLI:NL:CBB:2021:567
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenvaststelling en ontheffingsverzoek bij bedrijfsverplaatsing melkveehouderij
Appellante exploiteerde een melkveehouderij en verplaatste haar bedrijf vanwege de aanleg van een natuurgebied. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal melkvee op 2 juli 2015, conform artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet (Msw). Appellante voerde aan dat ook de dieraantallen van een andere bedrijfslocatie uit het verleden meegewogen moesten worden en dat zij recht had op ontheffing wegens bijzondere omstandigheden en onevenredige nadelige gevolgen.
Het College oordeelt dat het fosfaatrecht correct is vastgesteld op basis van de wettelijk voorgeschreven peildatum en dat het beroep op de knelgevallenregeling faalt wegens het niet voldoen aan de 5%-drempel. Het verzoek om ontheffing op grond van artikel 38 Msw Pro wordt afgewezen omdat de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van het doel van het fosfaatrechtenstelsel, dat uitbreidingen na de peildatum moet voorkomen.
Wel wordt vastgesteld dat de behandeling van bezwaar en beroep de redelijke termijn heeft overschreden, waardoor appellante recht heeft op een schadevergoeding van €1.500,-. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht aan appellante toegekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan appellante.