ECLI:NL:CBB:2021:181
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en bezwaar tegen vaststelling fosfaatrecht onder Meststoffenwet
Appellante stelde beroep in tegen het bestreden besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht van haar bedrijf werd vastgesteld en verhoogd. Zij voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel geen toereikende grondslag heeft in de Nitraatrichtlijn, niet noodzakelijk is voor het bereiken van de doelstellingen daarvan, en dat het stelsel ongeoorloofde staatssteun oplevert. Tevens stelde zij dat het bestreden besluit gebrekkig was gemotiveerd.
De minister verdedigde het stelsel als noodzakelijk en niet strijdig met EU-regels, en voerde aan dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. Het College verwees naar eerdere uitspraken waarin het fosfaatrechtenstelsel werd bevestigd als verenigbaar met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en de Nitraatrichtlijn, en wees het beroep af.
Het College oordeelde dat het betoog over ongeoorloofde staatssteun faalt, mede gelet op de goedkeuring van het stelsel door de Europese Commissie. Ook werd het motiveringsgebrek verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het bestreden besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.