Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2021 in de zaak tussen
h.o.d.n. Melkveebedrijf [naam 2] ,te [plaats] , appellant,
College van Beroep voor het bedrijfsleven
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht voor zijn melkveebedrijf is vastgesteld op basis van de Meststoffenwet. Het primaire besluit dateert van 10 januari 2018 en het bestreden besluit van 27 mei 2019 handhaafde dit.
Appellant stelde dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd is met artikel 5, vijfde lid, van de Nitraatrichtlijn en dat het stelsel ongeoorloofde staatssteun inhoudt. Daarnaast werd aangevoerd dat het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd zou zijn genomen.
Het College verwees naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met het Eerste Protocol bij het EVRM en niet in strijd is met de Nitraatrichtlijn. Ook is het stelsel door de Europese Commissie goedgekeurd als zijnde in overeenstemming met de staatssteunregels. Het College oordeelde dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is.
De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 23 februari 2021. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.