ECLI:NL:CBB:2021:173
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrechten onder Meststoffenwet
Appellant, exploitant van een melkveebedrijf, betoogde dat het fosfaatrechtenstelsel onder de Meststoffenwet een individuele en buitensporige last voor hem vormt. Hij had in 2013 gekozen voor een forse uitbreiding van zijn bedrijf en had een nieuwe locatie gekocht om uit te breiden. Het College oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het stelsel hem onevenredig treft.
De investeringen en uitbreidingsbeslissingen van appellant werden gedaan terwijl al duidelijk was dat productiebeperkende maatregelen, zoals fosfaatrechten, zouden worden ingevoerd, mede door de afschaffing van het melkquotum. Het College vond dat appellant de risico's van zijn investeringen zelf draagt en dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom zoals neergelegd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College concludeerde dat de belangen van milieu- en volksgezondheid en de naleving van de Nitraatrichtlijn zwaarder wegen dan de belangen van appellant. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.