ECLI:NL:CBB:2020:523
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last fosfaatrechtenstelsel bij melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf dat medio 2015 werd verplaatst naar een nieuwe locatie, waar zij fors wilde uitbreiden. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de veestapel op 2 juli 2015, wat lager was dan de beoogde omvang van het bedrijf. Appellante voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last opleverde, mede door gedane investeringen en vergunningen.
Het College overwoog dat niet ieder vermogensverlies door het fosfaatrechtenstelsel een buitensporige last vormt en dat ondernemersbeslissingen inherent risico’s met zich meebrengen. De verplaatsing en uitbreiding waren niet gedwongen en de omvang van de uitbreiding was fors zonder bedrijfseconomische noodzaak. Verder had appellante rekening moeten houden met de afschaffing van het melkquotum en de daarmee samenhangende maatregelen.
Het College concludeerde dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan die van appellante en dat het beroep ongegrond is. Het bestreden besluit was aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd, maar dit werd in beroep hersteld. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, deels ook deskundigenkosten. De financiële impact werd erkend, maar vormde geen individuele en buitensporige last.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrechtenstelsel levert geen individuele en buitensporige last op.