ECLI:NL:CBB:2020:332
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling administratieve sanctie en vaststelling subsidiabele oppervlakte landbouwpercelen 2017
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffende de vaststelling van de uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen voor het jaar 2017. Verweerder had een administratieve sanctie opgelegd wegens een verschil van meer dan 3% tussen opgegeven en geconstateerde oppervlakte van landbouwpercelen, waarbij de methode van vaststelling gebaseerd was op luchtfoto's en de AAN-laag.
Het College oordeelt dat de gebruikte methode niet onjuist is en dat verweerder niet verplicht was tot een fysieke veldmeting, gelet op het arrest van het Hof van Justitie inzake Maatschap Van Oosterom. Appellant kon niet concreet aantonen dat de oppervlaktevaststelling onjuist was of dat de gebruikte coördinatensystemen tot fouten leidden.
De administratieve sanctie is terecht opgelegd, waarbij de zogenoemde 'gele kaart' uit 2016 vervalt omdat voor het tweede opeenvolgende jaar een sanctie geldt. Het beroep tegen het herziene bestreden besluit wordt ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het eerdere bestreden besluit niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang. Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het herziene bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de administratieve sanctie bevestigd.