ECLI:NL:CBB:2020:27
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening onherroepelijke besluiten betalingsrechten 2015 en 2016
Appellante heeft verzocht om herziening van in rechte onaantastbaar geworden besluiten betreffende de toekenning van betalingsrechten en uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen over de jaren 2015 en 2016. Deze verzoeken werden afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigen.
Het College overwoog dat een bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek om terug te komen van een besluit te behandelen, maar dat het bestuursorgaan dit ook mag weigeren als er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn. De uitspraak van het College van 11 juli 2017, waarin een artikel van de Uitvoeringsregeling onverbindend werd verklaard, vormt geen nieuw feit of omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
Appellante stelde dat het besluit materieel in strijd is met Europese regelgeving en dat haar financiële belang zwaarder weegt dan het belang van rechtszekerheid. Het College oordeelde dat het belang van rechtszekerheid en de formele rechtskracht van onherroepelijke besluiten prevaleren, zeker omdat appellante de rechtsmiddelen niet volledig heeft benut.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van onherroepelijke besluiten over betalingsrechten 2015 en 2016 wordt ongegrond verklaard.