ECLI:NL:CBB:2020:1011
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en staatssteun fosfaatrechtenstelsel op grond van de Meststoffenwet
Appellante, een melkveehouderij, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht op haar bedrijf werd vastgesteld op basis van de Meststoffenwet. Zij voerde aan dat het stelsel van fosfaatrechten onvoldoende grondslag zou vinden in de Nitraatrichtlijn en dat sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun.
Het College heeft in lijn met eerdere uitspraken geoordeeld dat deze bezwaren niet slagen. De minister heeft het fosfaatrecht vastgesteld op basis van de dieraantallen op de peildatum en een generieke korting toegepast. Het College verwijst naar eerdere rechtspraak waarin de rechtmatigheid van het fosfaatrechtenstelsel en de afwezigheid van ongeoorloofde staatssteun zijn bevestigd.
Het beroep is ongegrond verklaard omdat het College geen motiveringsgebrek of onrechtmatigheid in het besluit heeft vastgesteld. Tevens is geen aanleiding gevonden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de geldigheid van het fosfaatrechtenstelsel en de toepassing daarvan op appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.