ECLI:NL:CBB:2019:720
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep op knelgevallenregeling fosfaatrechten afgewezen wegens niet tijdige bouwwerkzaamheden en geen buitensporige last
Appellant exploiteert een melkveebedrijf en voerde beroep aan tegen het door de minister vastgestelde fosfaatrecht, stellende dat hij onterecht niet als knelgeval werd aangemerkt. Hij beriep zich op de knelgevallenregeling vanwege bouwwerkzaamheden die de omvang van zijn veestapel beïnvloedden. Het College oordeelde dat de bouwwerkzaamheden pas na de peildatum van 2 juli 2015 plaatsvonden en daarom niet in aanmerking komen voor de regeling.
Daarnaast stelde appellant dat het fosfaatrechtenstelsel zijn eigendomsrecht aantast en een individuele en buitensporige last oplegt. Het College verwierp dit, stellende dat appellant de uitbreiding na de peildatum financierde terwijl het stelsel toen al kenbaar was. Zijn investeringen en reserveringen voor fosfaatrechten waren onvoldoende om een buitensporige last aan te tonen.
Het College concludeerde dat de belangen van het fosfaatrechtenstelsel, gericht op milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn, zwaarder wegen dan de belangen van appellant. Het beroep werd ongegrond verklaard, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellant wegens een motiveringsgebrek in het bestreden besluit dat niet tot nadeel leidde.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten.