ECLI:NL:CBB:2019:72
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing te late aanvraag betalingsrechten GLB 2017 bevestigd
Appellant diende een aanvraag in voor uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen onder het GLB voor 2017. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat zij na de uiterste indieningsdatum was ontvangen. Appellant stelde dat de aanvraag op 11 mei 2017 digitaal was verzonden, maar verweerder ontkende ontvangst op die datum. Appellant voerde subsidiair overmacht aan en betoogde dat verweerder hem had moeten informeren om de fout te herstellen.
Het College overwoog dat volgens de geldende EU-verordeningen en de Uitvoeringsregeling de uiterste datum voor indiening 15 mei 2017 was. De aanvraag was pas op 14 juni 2017 ontvangen, ruim na de deadline. Overmacht werd niet aangetoond, aangezien abnormale en onvoorzienbare omstandigheden ontbraken. De verantwoordelijkheid voor tijdige indiening lag bij appellant. Verweerder had appellant via e-mail op 14 mei 2017 geïnformeerd dat de aanvraag nog niet was ontvangen, maar appellant had deze e-mail niet gezien vanwege een defecte computer.
Het College stelde vast dat er geen ruimte was voor belangenafweging bij het overschrijden van de termijn en dat de afwijzing terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te laat ingediende aanvraag betalingsrechten GLB 2017 wordt ongegrond verklaard.