Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2019 in de zaak tussen
V.O.F. [naam 1] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.In augustus 2012 heeft één van de vennoten van appellante zijn duim verbrijzeld bij een bedrijfsongeval. Appellante heeft de uitbreiding toen uitgesteld en haar bedrijfsvoering aangepast. Zij heeft de stal verbouwd om twee melkrobots te kunnen plaatsen. Hiertoe is appellante leningen aangegaan van € 100.000,- in 2012, € 250.000,- in 2013 en € 80.000,- in 2016. Zij heeft een investering gedaan van in totaal ruim € 300.000,-. In januari 2014 is appellante gestart met het melken met de melkrobots. Gedeputeerde Staten van Limburg heeft op 28 januari 2016 aan appellante een vergunning verleend op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw-vergunning) voor het beoogde aantal dieren
.Op de peildatum, 2 juli 2015, waren deze dieraantallen nog niet aanwezig. Appellante hield op de peildatum 92 melkkoeien en 94 stuks jongvee.
ABAB accountants en adviseurs van 31 januari 2019 (het rapport).
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 338,- aan appellante dient te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.024,-.