ECLI:NL:CBB:2019:558
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van den Berk
- T. Pavićević
- W.C.E. Winfield
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herroeping betalingsrechten landbouwgrond wegens gebrek aan beheer op peildatum
Appellante diende een aanvraag in voor uitbetaling van betalingsrechten voor landbouwgrond over het jaar 2016. Verweerder nam niet alle opgegeven percelen in aanmerking omdat niet was aangetoond dat appellante deze percelen op de peildatum 15 mei 2016 in beheer had. Verweerder legde een administratieve sanctie op wegens een te grote opgegeven oppervlakte.
In het bestreden besluit herroept verweerder het primaire besluit op grond van gewijzigde gegevens, waarbij percelen 46 en 47 niet langer werden toegerekend aan appellante omdat een andere maatschap over deze percelen beschikte. Appellante voerde aan dat zij deze percelen wel gebruikte op basis van mondelinge afspraken en stelde dat het besluit in strijd was met het verbod van reformatio in peius.
Het College oordeelt dat de wijzigingen ten nadele van appellante geoorloofd zijn omdat nieuwe feiten tijdens de bezwaarschriftprocedure aan het licht kwamen. Verder is onvoldoende gebleken dat appellante de percelen daadwerkelijk in beheer had op de peildatum. De administratieve sancties zijn terecht opgelegd omdat het verschil in oppervlakte meer dan 10% bedraagt.
Ten aanzien van de ingebrekestelling stelt het College vast dat deze niet rechtsgeldig elektronisch is ingediend omdat de elektronische weg niet was opengesteld voor ingebrekestellingen. De termijn voor besluitvorming op bezwaar is daardoor niet overschreden en er is geen dwangsom verschuldigd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.