ECLI:NL:CBB:2019:231
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering fosfaatrechtverhoging op grond van knelgevallenregeling Meststoffenwet
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het fosfaatrecht werd vastgesteld zonder rekening te houden met 28 stuks jongvee die elders waren gehuisvest vanwege renovatiewerkzaamheden op het eigen bedrijf. Appellante stelde dat het fosfaatrecht op grond van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet verhoogd moest worden omdat het fosfaatrecht minimaal 5% lager was door de bouwwerkzaamheden.
De minister wees dit bezwaar af met het argument dat de knelgevallenregeling niet van toepassing is op hypothetische situaties en dat het fosfaatrecht op een alternatieve peildatum hoger was, waardoor de 5%-drempel niet werd overschreden. Het College bevestigde dat geen rekening wordt gehouden met hypothetische aantallen dieren die niet op de peildatum aanwezig waren.
Daarnaast bleek dat voor de 28 jongvee tijdelijk op een ander bedrijf reeds fosfaatrechten waren toegekend en aan appellante waren overgedragen, waardoor toekenning van extra fosfaatrechten zou leiden tot dubbeltelling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrecht wordt niet verhoogd.