Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 oktober 2018 in de zaak tussen
Stichting [naam 1] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Aanpassing ruimte algemeen: (€ 15.000/10)x2= € 3.000,-. (…)
Aanpassing elektrotechniek. In uw toelichting geeft u aan dat deze kosten
€ 3.500,00 moeten zijn. RVO heeft dit bedrag overgenomen en daar de afschrijving over berekend: (€ 3.500/10)x2= € 700,-. (…)
Aanpassing werktuigbouwkundig: (€ 6.000/10)x2= € 1.200,-. (…)
Ik wil u erop wijzen dat de kosten voor project gerelateerde bedrijfsmiddelen op basis van de waardevermindering gedurende het project subsidiabel worden gesteld. Bij de subsidievaststelling zal deze waardevermindering worden berekend aan de hand van de interne jaarrekening. Indien de interne jaarrekening nog niet beschikbaar is, vraagt RVO om een toelichting van uw accountant waarin wordt bevestigd wat de aanschafwaarde is, wat de restwaarde is, wat de beoogde waardevermindering van deze investering is, wat de bedrijfseconomische levensduur en welke afschrijvingsmethodiek hierop van toepassing is.”
In artikel 4:33g onder f van de Regeling LNV-subsidies is bepaald dat de kosten voor de bouw, verwerving, verbetering of inrichting van onroerende zaken subsidiabel zijn. In de verleningsbeschikking van 28 februari 2014 en de beslissing op het wijzigingsverzoek van
Zoals ik in het bovenstaande heb toegelicht, kan de berekening van afschrijvingen slechts plaatsvinden op basis van facturen of boekhoudkundige stukken met dezelfde bewijskracht als facturen. Om deze reden heb ik [appellante] bij brief van 8 augustus 2016 verzocht om toezending van de jaarverslagen. Deze stukken heb ik niet ontvangen. De door u in uw brief van 15 december 2015 gehanteerde berekening van de afschrijvingstermijnen is evenmin gebaseerd op stukken uit de jaarrekening. Voor bijvoorbeeld factuur 15-00933 van Van Koppen (volgnummer 6) bent u van mening dat de opgevoerde kosten van € 15.992,-- geheel voor subsidie in aanmerking komen, omdat er geen sprake zou zijn van een waardevermeerdering. Deze conclusie is echter niet onderbouwd met stukken uit de jaarrekening. Bovendien ben ik van mening dat voor deze kosten een gebruikelijke afschrijvingstermijn van 10 jaar gehanteerd kan worden, aangezien het gaat om bouwkundige werkzaamheden. Bij de vaststelling van de subsidie heb ik de overige kostenposten berekend op basis van de gebruikelijke afschrijvingstermijnen van respectievelijk 5, 7 en 10 jaar. Voor de afschrijvingsperiode ben ik ervan uitgegaan dat de gedane investeringen vanaf de 2e helft van 2015 operationeel werden tot en met 31 december 2015 (behalve volgnummer 35, deze investering is in december 2015 gedaan). Zonder inventarislijst waarop de investeringen zijn gemeld met een aanschafwaarde/balanswaarde en afschrijvingstermijnen is het niet mogelijk af te wijken van de door mij toegepaste berekeningswijze. Ik kan, vanwege het ontbreken van de jaarstukken, om deze reden geen aansluiting vinden bij de toegelichte bedragen zoals opgenomen in de brief van 15 december 2015. U heeft verder ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat ik zou hebben ingestemd met de berekeningswijze zoals opgenomen in voornoemde brief.