ECLI:NL:CBB:2018:360
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toewijzing en uitbetaling GLB betalingsrechten wegens ontbreken recht en geen kennelijke fout
Appellante verzocht om toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten op grond van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor het jaar 2015. Verweerder wees deze aanvragen af omdat appellante in 2013 niet voldeed aan de voorwaarden voor recht op directe betalingen en omdat zij op 15 mei 2015 niet over betalingsrechten beschikte.
Appellante voerde aan dat zij wel toeslagrechten had verworven en aan de voorwaarden voldeed, maar erkende een vergissing bij het invullen van de Gecombineerde Opgave 2015. Het College oordeelde dat deze vergissing niet kwalificeerde als een kennelijke fout in de zin van de toepasselijke EU-verordening, omdat de aanvraag geen tegenstrijdigheden bevatte die eenvoudig administratief waren vast te stellen.
Verder stelde het College vast dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 24 van Pro Verordening 1307/2013, waaronder het telen van minimaal 0,3 hectare relevante landbouwgewassen in 2013. Ook het betoog dat de regelgeving onvoldoende duidelijk was, faalde omdat appellante voldoende tijd had om zich voor te bereiden en tijdig was geïnformeerd.
Het College concludeerde dat verweerder terecht de toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten aan appellante heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van toewijzing en uitbetaling van GLB betalingsrechten wordt ongegrond verklaard.