ECLI:NL:CBB:2018:23
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stam
- E.R. Eggeraat
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid ACM tot wijziging van x- en q-factoren in ex ante tariefregulering energiesector
De zaak betreft beroepen van regionale netbeheerders tegen besluiten van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) die de eerder vastgestelde x- en q-factoren voor de reguleringsperioden 2011-2013 en 2014-2016 hebben gewijzigd. Deze factoren zijn onderdeel van het ex ante tariefreguleringssysteem dat ACM toepast om doelmatige bedrijfsvoering te stimuleren en consumenten te beschermen tegen misbruik van marktmacht.
Appellanten stelden dat de wijzigingen in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel omdat de besluiten van 2014 formele rechtskracht hadden en de wetgever ACM niet bevoegd had gemaakt om eenmaal vastgestelde factoren achteraf te wijzigen. ACM verdedigde haar besluiten door te stellen dat zij onjuiste of onvolledige productiviteitsdata heeft gecorrigeerd, wat noodzakelijk was om de ex ante schattingen te verbeteren zonder de prikkel tot efficiëntie te ondermijnen.
Het College oordeelde dat de wijzigingen niet in strijd zijn met het systeem van ex ante tariefregulering, omdat ACM niet de feitelijke prestaties in de reguleringsperiode heeft aangepast, maar de vooraf gebruikte data heeft gecorrigeerd. Hierdoor blijft de prikkel om efficiënt te werken intact. Ook is het inherent aan het systeem van maatstafconcurrentie dat wijzigingen in data van één netbeheerder invloed hebben op de maatstaf voor alle netbeheerders. De wettelijke bepalingen en wetsgeschiedenis ondersteunen niet het standpunt van appellanten dat ACM niet bevoegd zou zijn tot deze wijzigingen.
Gelet op deze overwegingen verklaarde het College de beroepen ongegrond en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van ACM tot wijziging van de x- en q-factoren.