ECLI:NL:CBB:2017:476
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- A. Venekamp
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toewijzing betalingsrechten wegens niet voldoen aan voorwaarden en geen overmacht
Appellant vroeg toewijzing van betalingsrechten aan op basis van de Gecombineerde Opgave 2015, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat hij in 2013 geen rechtstreekse betaling ontving. Dit kwam doordat hij zijn Gecombineerde Opgave 2013 te laat had ingediend. Verweerder stelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van Verordening 1307/2013 voor toewijzing van betalingsrechten.
Appellant voerde aan dat hij door ziekte en ziekenhuisopnames in 2013 niet tijdig kon indienen en beriep zich op overmacht en uitzonderlijke omstandigheden. Tevens stelde hij dat het besluit onevenredige gevolgen had en dat hij subsidiair in aanmerking moest komen voor betalingsrechten uit de nationale reserve.
Het College oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor toewijzing van betalingsrechten, zoals het tijdig indienen en het hebben van rechtstreekse betalingen in 2013. De overmachtsverklaring was onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk dat appellant niets kon ondernemen om tijdig in te dienen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de wet geen ruimte laat voor belangenafweging. Het subsidiaire beroep op de nationale reserve werd niet in behandeling genomen.
Het College verklaarde het beroep ongegrond en wees het toegekende beroep op proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 21 december 2017.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van toewijzing van betalingsrechten wordt ongegrond verklaard.