Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2016 in de zaak tussen
Maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
16 juli 2012 opgesteld (het rapport). In dit rapport is onder andere het volgende vermeld:
29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (Verordening 852/2004), luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“Artikel 961. Een houder van dieren die de dieren houdt voor de productie van levensmiddelen voert een administratie inzake transacties met diergeneesmiddelen waarop de bepalingen van hoofdstuk IV van de wet (http://wetten.overheid.nl/BWBR0003818/geldigheidsdatum_23-05-2012) van toepassing zijn en diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt, in welke administratie de volgende documenten en gegevens zijn opgenomen:a. voor zover een recept als bedoeld in artikel 97 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0019277/geldigheidsdatum_23-05-2012) is opgesteld, een gewaarmerkt afschrift van dat recept;b. de facturen bij aankoop van diergeneesmiddelen;c. een lijst met de data van de uitgevoerde behandelingen met diergeneesmiddelen en de registratienummers van deze diergeneesmiddelen, voor zover de behandelingen door de houder zijn uitgevoerd;d. de identificatie van de behandelde dieren;e. de vastgestelde wachttermijn, voor zover deze niet reeds op een recept als bedoeld in onderdeel a, is vermeld;f. de aantekeningen, bedoeld in artikel 92, eerste lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0019277/geldigheidsdatum_23-05-2012), van de dierenarts of van de persoon als bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet (http://wetten.overheid.nl/BWBR0003818/geldigheidsdatum_23-05-2012).
(…)”