ECLI:NL:CBB:2013:BZ1865
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Herleving verplichting tot openbaarmaking boetebesluit na vervallen publicatieverbod
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan A B.V. een bestuurlijke boete op en besloot deze openbaar te maken op grond van artikel 1:97 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft). A B.V. verzocht om schorsing van de openbaarmaking, welke door de voorzieningenrechter werd toegewezen, waardoor de openbaarmaking werd geschorst totdat het bezwaar onherroepelijk zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van AFM ongegrond voor zover het de boete betrof, maar vernietigde het besluit tot openbaarmaking omdat de openbaarmaking niet mocht plaatsvinden voordat de beslissing op bezwaar onherroepelijk was. AFM stelde hiertegen hoger beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde dat het publicatiestelsel van de Wft niet verhindert dat openbaarmaking plaatsvindt nadat het publicatieverbod van de voorzieningenrechter is vervallen, wat gebeurde met de bodemuitspraak waarin de boete werd gehandhaafd. Hierdoor herleeft de verplichting tot openbaarmaking. Het College vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de openbaarmaking verbood en verklaarde het beroep van AFM in zoverre gegrond.
Het College bepaalde dat AFM een nieuw besluit omtrent openbaarmaking kan nemen op grond van artikel 1:98 Wft Pro en wees een proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak vervangt het vernietigde deel van de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De verplichting tot openbaarmaking van de boete herleeft na het vervallen van het publicatieverbod met de bodemuitspraak, waardoor het beroep van AFM gegrond wordt verklaard.