ECLI:NL:CBB:2012:BX5079
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen korting bedrijfstoeslag wegens te late wijziging kavelruil
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin een korting is toegepast op de bedrijfstoeslag 2010 vanwege afgekeurde oppervlaktes. Appellant had te laat een wijziging van de Gecombineerde Opgave ingediend om een perceel toe te voegen dat voortkwam uit een kavelruil. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat het na de uiterste wijzigingsdatum was ingediend en geen sprake was van een kennelijke fout of overmacht.
Het College heeft het beroep beoordeeld aan de hand van Europese verordeningen, waaronder Verordening (EG) nr. 73/2009 en nr. 1122/2009, waarin de voorwaarden voor steunaanvragen en wijzigingsmogelijkheden zijn vastgelegd. Het College oordeelde dat de uiterste datum voor wijziging 31 mei 2010 was en dat het verzoek van appellant op 24 november 2010 te laat was. Bovendien was er geen kennelijke fout die door de bevoegde autoriteit erkend kon worden.
Appellant voerde aan dat er sprake was van een kennelijke fout en dat hij op toezegging van verweerder mocht vertrouwen dat de wijziging zou worden doorgevoerd. Ook stelde hij dat de korting buitenproportioneel was en dat er sprake was van rechtsongelijkheid. Het College verwierp deze gronden, onder meer omdat het vertrouwensbeginsel niet kan worden ingeroepen tegen duidelijke bepalingen van het gemeenschapsrecht en omdat de korting wettelijk is voorgeschreven zonder beleidsvrijheid.
Uiteindelijk verklaarde het College het beroep ongegrond en handhaafde het de korting op de bedrijfstoeslag. Dit bevestigt dat tijdige indiening van wijzigingen en naleving van Europese regelgeving essentieel zijn voor het behoud van toeslagrechten.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de korting op de bedrijfstoeslag wordt ongegrond verklaard.