ECLI:NL:CBB:2010:BO3594
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening tegen tariefregulering mobiele gespreksafgifte door OPTA
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde verzoeken van T-Mobile, KPN, Vodafone en Lycamobile om voorlopige voorzieningen tegen het besluit van OPTA van 7 juli 2010, waarin tariefplafonds voor mobiele gespreksafgifte werden vastgesteld. De verzoeksters betoogden onder meer dat de tariefplafonds te laag zijn, dat er onzorgvuldigheden zijn in de besluitvorming en dat er onvoldoende rekening is gehouden met hun specifieke kostenstructuren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een voldoende spoedeisend belang vanwege de aanzienlijke impact van de tariefverlagingen op de bedrijfsvoering van de betrokken ondernemingen. De rechter stelde vast dat het eerdere exogene kostenverschil tussen T-Mobile en andere aanbieders is komen te vervallen, waardoor symmetrische tariefplafonds gerechtvaardigd zijn. Ook werd overwogen dat de afschaffing van de hogere tarieven voor T-Mobile zonder glijpad niet leidt tot onevenredige nadelige gevolgen.
Verder werd geoordeeld dat het door OPTA gehanteerde pure BULRIC-model passend is voor het vaststellen van de tariefplafonds en dat de welvaartsanalyse van OPTA niet onredelijk is. De voorzieningenrechter vond geen reden om aan te nemen dat OPTA onrechtmatig heeft gehandeld door het ontwerpbesluit niet opnieuw te notificeren aan de Europese Commissie. Ook de bezwaren van Lycamobile tegen de symmetrische regulering werden verworpen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de verzoeken om voorlopige voorziening onvoldoende grond bieden om het besluit van OPTA te schorsen en wees deze verzoeken af. Dit oordeel is voorlopig en bindt niet in de bodemprocedure.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen het besluit van OPTA tot tariefregulering van mobiele gespreksafgifte worden afgewezen.