ECLI:NL:CBB:2002:AE6335
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- B. Verwayen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-verlenging toelating bestrijdingsmiddelen Tanalith E 3485 en Kemwood ACQ 21
Verzoeksters Hickson Garantor Nederland B.V. en Hoetmer B.V. hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 14 september 2001 van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen om de toelatingen voor de bestrijdingsmiddelen Tanalith E 3485 en Kemwood ACQ 21 niet te verlengen. Zij verzochten de voorzieningenrechter om deze besluiten bij voorlopige voorziening te schorsen en de middelen als toegelaten te behandelen.
De voorzieningenrechter overwoog dat in tegenstelling tot eerdere zaken waarin toelatingen werden ingetrokken, hier geen sprake is van inbreuk op verkregen rechten en dat artikel 7, vierde lid, Bestrijdingsmiddelenwet niet van toepassing is. Het belang van verzoeksters werd als louter financieel beoordeeld, wat geen spoedeisend belang oplevert. Bovendien zou de beslissing op bezwaar op 14 augustus 2002 worden genomen, waardoor de gevraagde voorlopige voorzieningen slechts tijdelijk van aard zouden zijn.
Hoewel de Adviescommissie voor de bezwaarschriften het niet toelaten van de middelen in strijd achtte met de Stoffenrichtlijn, achtte de voorzieningenrechter het te ver gaan om op voorhand te besluiten tot voorlopige toelating. De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet verlengen van de toelatingen is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.